Praktijkverhaal OLVG Amsterdam

Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam is koploper in het opzetten van zorgprojecten waarin de patiënt centraal staat. Zo heeft het ziekenhuis sinds 2006 een preventie polikliniek waar wordt gewerkt volgens het Chronic Care model. Ook werkte het al volgens de principes van de zorgstandaard VRM nog voordat deze gelanceerd werd. Het ziekenhuis is in 2009 gestart met de deelname aan het ZonMW praktijkproject 'Implementatie van de zorgstandaard Vasculair Risicomanagement (VRM) in transmurale setting'. Aan het woord is Yvette Henstra, Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde van de polikliniek Vasculaire Geneeskunde.

Overgang naar zorgstandaard VRM

De overgang naar de zorgstandaard VRM was niet echt een grote stap voor het OLVG. Sinds 2006 werkt het ziekenhuis met een vasculaire polikliniek voor secundaire preventie, waarbij veel zaken komen kijken die ook aan bod komen bij de implementatie van de zorgstandaard. Een voorbeeld is het werken met indicatoren, zoals bloeddruk- en cholesterolprofielen. Yvette Henstra: ‘Onze polikliniek werkte al volgens de CBO-richtlijn cardiovasculair risicomanagement en verzorgde trainingen op gebied van CVRM (cardiovasculair risicomanagement). Hierdoor ben ik mezelf ook meer gaan verdiepen in zelfzorg en zelfmanagement op het gebied van stoppen met roken, voeding en bewegen.’

Samenwerking

Toen het ziekenhuis in 2009 de zorgstandaard VRM in gebruik nam, bleek dan ook dat veel onderdelen ervan al geregeld waren. Een implementatietraject van de zorgstandaard was daarom niet nodig. Wel was de informatie uit de zorgstandaard een belangrijke steun in de rug in de samenwerking met andere afdelingen, zoals vaatchirurgie, cardiologie, en neurologie. Zo zijn gezamenlijke patiëntenbesprekingen opgezet met de afdeling cardiologie. Daarnaast heeft de vasculair verpleegkundige regelmatig patiëntbesprekingen met de internist-vasculair geneeskundige die de patiënten zelf ook ziet.

Zelfmanagement

De afdeling is ook meer gaan nadenken over het aspect zelfmanagement en wat dit nu precies betekent in de omgang met de patiënt. Bij de start van de polikliniek heeft Yvette Henstra zelf diverse cursussen, zoals stoppen met roken of gericht op bewegen, bijgewoond en trainingen motivational interviewing gevolgd. Dit laatste is een persoonsgerichte gespreksstijl bedoeld om verandering van gedrag te bevorderen. Het Individueel Zorgplan van het Platform Vitale Vaten was hierbij een goede houvast: het OLVG gebruikt het zorgplan in bijna alle gesprekken met patiënten.

Praktijk anders dan theorie

Voor Yvette zelf, als verpleegkundig specialist, biedt de zorgstandaard goede aanknopingspunten voor haar dagelijkse praktijk. Het Individueel Zorgplan vindt zij erg handig in het contact met patiënten. Vooral vanwege het kant en klare overzicht voor de patiënt met diagnose, medicatie, labwaarden, gewicht en bloeddrukwaardes. Ook vindt ze het handig dat de patiënt zelf kan bijhouden hoe het ervoor staat met zijn of haar risicofactoren. Toch is de praktijk soms anders dan de theorie. Er is niet altijd tijd om samen met de patiënt een aanpak te bespreken voor het veranderen van de leefstijl. Patiënten die op consult komen in het ziekenhuis hebben al een hart- of vaatziekte. In deze consulten gaat veel tijd zitten in de medische kant van het consult, zoals het meten van bloedwaarden en het geven van leefstijladvies. 'Tijdens mijn eerste twee consulten ben ik hier vaak de meeste tijd aan kwijt naast het optimaliseren van bloeddruk, lipiden en therapietrouw', aldus Yvette Henstra.

Ook doelen en acties formuleren

Patiënten vinden het Individueel Zorgplan een handig hulpmiddel in het gesprek met hun arts of de verpleegkundige. Patiënten brengen het plan dan ook altijd trouw mee naar vervolgconsulten. Wat hierbij opvalt is dat ze vooral geïnteresseerd zijn in het bijwerken van bloeddrukwaarden, gewicht en medicatie. De doelen en acties voor het veranderen van de leefstijl worden bijna nooit ingevuld. OLVG wil hier meer op gaan wijzen in vervolgconsulten met de patiënten. De beperkte tijd waarin dit moet gebeuren blijft echter wel een uitdaging.

Samenwerking met huisartsenpraktijken

Er is ook een intensievere samenwerking met huisartsenpraktijken. Zo nemen ook vijf huisartsenpraktijken deel in het ZonMw praktijkproject. Henstra: 'De lijnen met deze huisartsenpraktijken zijn erg kort, doordat er per praktijk een vaste contactpersoon is, meestal de praktijkondersteuner, die rechtstreeks met mij kan overleggen. Ook de huisartsen kunnen mij vragen stellen over een patiënt en andersom.'OLVG heeft transmurale afspraken gemaakt, waardoor de criteria voor het terugverwijzen van patiënten van de huisartsenpraktijk naar het ziekenhuis helderder zijn. Deze afspraken zijn gebaseerd op de CBO richtlijnen, de NHG standaard en de LTA (Landelijke Transmurale Afspraken). Als een patiënt doorverwezen wordt naar de huisarts, geeft de polikliniek niet alleen informatie mee over de medicatie van de patiënt, maar informeert de huisarts of praktijkondersteuner ook over waar hij of zij op moet letten en wat belangrijk is in de zorg aan de patiënt. OLVG heeft ook cardiovasculaire trainingen opgezet voor de huisartsenpraktijken van het ZonMw project die huisartsen en praktijkondersteuners hierbij verder ondersteunen. Inmiddels verzorgt het OLVG, samen met het BovenIJ ziekenhuis, ook trainingen voor andere huisartsenpraktijken.

Aansluiten bij wat patiënt wil en kan

Ook heeft Henstra contacten gelegd met een aantal diëtisten, fysiotherapeuten en sportscholen waar ze patiënten naar toe kan verwijzen. 'Ik merk dat alleen al het geven van een naam, adres of een folder met informatie over sportactiviteit en beweegmogelijkheden, mensen soms stimuleert om in actie te komen.' Henstra beseft dat dit nog niet over zelfmanagement gaat, maar het is volgens haar wel een belangrijke stap in die richting. Ook vindt ze dat zelfmanagement erg individueel is bepaald. 'Je moet goed kunnen aansluiten bij dat wat de patiënt op dat moment aan kan en wil.'

De kosten voor de zorg vanuit de zorgstandaard worden gedeclareerd bij de zorgverzekeraar via de reguliere DBC’s (Diagnose Behandel Combinatie). Ook vanuit het kostenoogpunt lopen praktijk en theorie nog uit elkaar: het OLVG besteedt meer tijd aan de behandeling van patiënten met hart- en vaatziekten dan dat er vergoed wordt. Mogelijk dat de invoering van DOT (DBC op weg naar transparantie) volgend jaar dit probleem kan oplossen. Als Verpleegkundig Specialist heeft Henstra helaas (nog) geen eigen DBC’s. De beroepsvereniging zet zich in om dit op korte termijn mogelijk te maken.

Zoeken naar juiste aanpak

De zorgstandaard biedt het OLVG goede handvatten in de zorg voor haar patiënten. Het ziekenhuis is dan ook tevreden met hoe er nu gewerkt wordt. Yvette Henstra merkt hierbij op dat de zorgstandaard (deel IV; richtlijn CVRM) op bepaalde punten beter aan zou kunnen sluiten bij de tweedelijns zorg. Deze lijkt nu op bepaalde punten meer gebaseerd te zijn op de eerstelijns zorg. Zo zijn het stappenplan bij antihypertensiva (middelen tegen een hoge bloeddruk) of de uitleg van de scoretabel middelen van de primaire preventie die beter passen binnen de eerstelijns zorg. Daarom is het voor OLVG soms zoeken naar de juiste aanpak.

Tips en aanbevelingen

  • Het Individueel Zorgplan biedt een goede houvast in het consult met de patiënten. Ook patiënten vinden het prettig werken met het zorgplan.
  • Omdat er doorgaans veel tijd gaat zitten in de medische kant van het consult, is het belangrijk dat het gesprek met een patiënt goed gepland wordt, zodat er tijd over blijft voor zelfmanagement. Het Individueel Zorgplan helpt om het gesprek structuur te geven en hiermee tijd te besparen.
  • De zorgstandaard biedt een goede houvast in en structuur voor de samenwerking met andere partijen, zoals huisartsen
  • Zorg dat de contacten met huisartsenpraktijken goed zijn en dat zij, bij terugverwijzen van de patiënt, een goed beeld hebben van de situatie van deze patiënt.
  • Neem transmurale afspraken met de eerstelijnszorgverleners op in de zorgstandaard. Dat bevordert een goede samenwerking tussen huisartsen en het ziekenhuis.
  • Zorg ervoor dat de zorgstandaard altijd actueel is. Bepaalde informatie in de zorgstandaard is onderhevig aan vernieuwing. Een voorbeeld is het stappenplan voor de medicamenteuze behandeling van hoge bloeddruk. Door regelmatig updates te geven beschikt iedereen altijd over de juiste en laatste informatie.

Begrippen

Wat is een cardiovasculaire polikliniek?

Een cardiovasculaire polikliniek is gericht op het voorkómen van (nieuwe) hart- en vaatziekten voor mensen die al een hart- of vaatziekte hebben (gehad). Hier worden cardiovasculaire risicofactoren gestructureerd en volgens de laatste richtlijnen aangepakt. Op de polikliniek werken een internist/vasculair (= in bloedvaten gespecialiseerde) geneeskundige en een vasculaire verpleegkundig specialist. Patiënten worden gedurende een half jaar begeleid door een gespecialiseerde verpleegkundig specialist, die aandacht besteedt aan cardiovasculaire risicofactoren zoals roken, overgewicht, hypertensie en dyslipidemie (verstoring van de vetstofwisseling).

Chronic Care model

Model dat ondersteunt bij de zorg voor chronisch zieken en dat uitgaat van de gedachte dat mensen met een chronische ziekte hun gedrag pas zullen veranderen wanneer zij een centrale rol spelen

Secundaire preventie

Secundaire preventie omvat maatregelen die worden genomen om te voorkomen dat nieuwe ziektegevallen, zoals een hartinfarct, zich voordoen bij patiënten met een hart- of vaatziekte.

CBO-richtlijn

Landelijk geldende, vakinhoudelijke aanbevelingen voor optimale zorg voor een patiënt. Ze bieden artsen en andere zorgverleners ondersteuning bij de klinische besluitvorming. Tegenwoordig worden de aanbevelingen in de richtlijnen zoveel mogelijk wetenschappelijk onderbouwd (evidence based).

DBC

Een code in de gezondheidszorg die het geheel van een geleverd zorgproduct omschrijft.

'Ik merk dat alleen al het geven van een naam, adres of een folder met informatie over sportactiviteit en beweegmogelijkheden, mensen soms stimuleert om in actie te komen.'

'De zorgstandaard biedt goede aanknopingspunten voor de dagelijkse praktijk. Vooral het zorgplan is erg handig in het contact met patiënten.'