Organisatie
In 2011 is de bestuurlijke organisatie van het Platform verstevigd. In 2012 vindt hiervan de evaluatie plaats met als mogelijk vervolg de oprichting van een rechtspersoon (vereniging of stichting).
De organisatie van het Platform kent 6 onderdelen:
Platform
In het platform zitten de vertegenwoordigers namens de beroepsverenigingen/patiëntenorganisaties. Het Platform autoriseert de voorstellen (mbt beleidsplan en projecten) vanuit het bestuur.
Het platform bestaat uit leden en adviserende leden.
- Leden: voor een lid geldt dat zij als organisatie direct betrokken moet zijn bij de ontwikkeling van richtlijnen en/of zorgstandaarden op het gebied van (hoog risico op) hart- en vaatziekten. Dit betekent dat leden van het platform beroepsverenigingen van zorgverleners zijn of patiëntenorganisaties.
- Adviserende leden: in het platform hebben ook adviserende leden zitting. Zij leveren op basis van hun expertise een belangrijke bijdrage aan de meningsvorming.
Het platform komt minimaal één keer per jaar bijeen.
Dagelijks bestuur
Het bestuur bevordert de realisatie van de doelstelling van het platform. Met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de leden van het platform, schept het bestuur kaders voor het opstellen van het (meerjaren)beleidsplan, projecten en activiteiten en jaarverslag.
Samenstelling
De bestuursleden zijn afkomstig uit de kring van de leden onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. De leden en hun vervangers worden voorgedragen vanuit het bestuur van hun organisaties. De voordrachten behoeven de goedkeuring van de leden van het Platform.
Op grond van vier clusters vindt de zetelverdeling plaats:
- Cluster patiënten (3 zetels) op voordracht van De Hart&Vaatgroep,
De Nederlandse CVA-vereniging 'Samen verder' en Diabetesvereniging Nederland - Cluster Medisch, inclusief apothekers (3 zetels) op voordracht van het NHG, de NVVC en de NIV/IVG
- Cluster Verpleegkundigen / POH in 2011 op voordracht van de NVHVV (1 zetel)
- Cluster Paramedisch/overig op voordracht van het KNGF, de NVD en het NIP (1 zetel)
- Onafhankelijk voorzitter
Het dagelijks bestuur komt vier keer per jaar bijeen.
Projectgroepen
In de projectgroepen wordt daadwerkelijk gewerkt aan wat het platform wil bereiken. Experts voeren de opdrachten uit zoals vastgesteld in het platform.
Meer informatie over de projecten van het Platform Vitale Vaten
Voorzittersoverleg
In het voorzittersoverleg overleggen de voorzitters van de projectgroepen onder leiding van de voorzitter van het Platform. Dit overleg heeft als doel het verloop van de projecten te volgen, bij te stellen en zorg te dragen voor afstemming tussen projecten. De voorzitter van het platform rapporteert op grote lijnen naar het Dagelijks Bestuur.
Bureau
Het Platform Vitale Vaten wordt ondersteund door een bureau.
- Secretaris (Anne-Margreet Strijbis)
- Secretariaatmedewerker (Janey Puijk)
- Communicatiemedewerker
Voorzitter

Prof. dr. Cor Spreeuwenberg is sinds juni 2007 voorzitter van het Platform Vitale Vaten. Hij volgde dr. Wim Schellekens op, die toen hij hoofdinspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werd, het voorzitterschap moest beëindigen.
Cor Spreeuwenberg studeerde tijdens zijn werk als luchtmachtofficier geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1973 tot 1993 was hij huisarts te Emmen en Nieuwegein. Vanaf 1978 werkte hij op het Utrechts huisartseninstituut waar hij In 1981 promoveerde op het proefschrift ´Huisarts en stervenshulp´. Van 1983 tot 1987 was hij hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de Vrije Universiteit en daarna tot 1997 hoofdredacteur van Medisch Contact. Hij was lid van de Gezondheidsraad, vicevoorzitter van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO), lid van de adviescommissie Stimulering Gezondheidsonderzoek (SGO) en de Nationale Commissie Chronische Zieken (NCCZ). In 1993 werd hij in Maastricht hoogleraar ´Integratie zorg voor chronisch zieken tussen eerste en tweede lijn` en van 2001/2004 decaan van de Faculteit Gezondheidswetenschappen. Daarna was hij betrokken bij de academische werkplaats Public Health en de oprichting van de vakgroep sociale geneeskunde. In 2009 ging hij met emeritaat. Thans leidt hij het Platform Vitale Vaten en het Maastrichtse academisch netwerk voor zorginnovatie voor ouderen (Aczio).